Impact map

Uit Pareltaal
Versie door Martien (overleg | bijdragen) op 17 dec 2015 om 08:39 (+= Wie?)
Ga naar: navigatie, zoeken

Een impact map is een instrument voor strategische planning. Door gebruik van de impact map tijdens de ontwikkeling van producten:

  • zie je door de bomen het bos en verdwaal je niet;
  • richt je de activiteiten van teams op de gemeenschappelijke bedrijfsdoelen; en
  • maak je betere keuzes op basis van de wegenkaart (roadmap).

Een impact map kent een centraal doel en daaronder drie lagen.

Centraal staat het ‘Waarom?’

  • Waarom doen we dit?
  • Welk doel streven we na?
    • Bijvoorbeeld: 400.000 extra internationale bezoekers per jaar.

Die drie lagen zijn:

  1. Wie? (wat zijn de actoren?)
    • Wie kunnen het gewenste effect:
      • bewerkstelligen?
      • belemmeren?
    • Wie zijn de klanten of gebruikers van ons product?
    • Wie worden er door ons product geraakt?
  2. Hoe? (welke effecten willen we bereiken?)
    • Hoe willen we dat het gedrag van onze actoren verandert?
    • Hoe kunnen ze ons helpen ons doel te bereiken?
    • Hoe kunnen ze ons belemmeren of verhinderen ons doel te bereiken?
  3. Wat? (welke resultaten, producteigenschappen en organisationele activiteiten kunnen we ontplooien om de effecten te bereiken?)
    • Wat kunnen wij—als organisatie of team—doen om de gewenste effecten te sorteren?

Wie? (actoren)

  • Behoeften & Drijfveren
    • Intellectueel—de behoefte om te weten
    • Esthetisch—de behoefte aan balans
    • Praktisch—de behoefte om te helpen
    • Individueel—de behoefte (of macht) om te scheppen
    • Traditioneel—de behoefte aan orde
  • Doelen en wensen
    • Wat probeert de gebruiker te verwezenlijken?
    • Waarom?
      • Wat is de waarde of uitkomst?
      • Wat is de waarde uitgedrukt in ¥€$, nu en over de managementhorizon?
  • Pain or gain
    • Wat is er te:
      • minimaliseren;
      • maximaliseren;
      • creëren;
      • elimineren?
  • Emotioneel—wat maakt de gebruiker:
    • Bang
    • Boos
    • Blij
    • Bedroefd
    • Boete (schuldig)
  • Behoeften
    • Functioneel—wat is er nodig om het werk te doen?
      • Kan ik het sneller, makkelijker, veiliger, goedkoper, beter?
    • Persoonlijk—hoe wil de gebruiker zich voelen terwijl ze het werk uitvoert?
      • Vaardig, zelfverzekerd, stoer.
    • Sociaal—hoe willen gebruikers worden waargenomen terwijl ze het werk uitvoeren?
      • Kijk mij toch eens met mijn iPhone.

Zie ook levendige persona’s.