Vrijgeld vraag en antwoord

Uit Pareltaal
Versie door Martien (overleg | bijdragen) op 8 jul 2009 om 14:50 ({{p|faites vos jeux}} -> {{p|stemgeld}})
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Begrippen

vreemd donorgeld als dekking Uitgangspunt bij de introductie van vrijgeld is het creëren van een vertrouwensbasis voor de lokale ruileenheid. Daartoe wordt als dekking donorgeld van buitenaf ingezet. Dit gebeurt zo, dat het donorgeld minstens twee en misschien wel veel meer keer ter plaatse gebruikt wordt. Voor de donor is dat heel aantrekkelijk. Voor de lokale economie ook.[1] lokaalkracht trekt het vreemde geld naar de lokale gemeenschap toe, spoort het aan daar te blijven en vergroot de dynamische vertrouwensruimte van de donerende partij.
dynamische vertrouwensruimte De dynamische vertrouwensruimte geeft de mate van vertrouwen aan van de handelspartners. Als je net bent toegetreden tot de gemeenschap is je dynamische vertrouwensruimte relatief laag ten opzichte van anderen. Naarmate je meer economisch actiever bent in je gemeenschap—meer en vaker bijdraagt en meer afneemt—rekt je dynamische vertrouwensruimte op. Anders gezegd, hoe meer je omzet, hoe groter je dynamische vertrouwensruimte.

Door stroomgeld neemt je dynamische vertrouwensruimte langzaam weer af naarmate de tijd verloopt. resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst, maar wel zeker een indicatie over je betrouwbaarheid. En die betrouwbaarheid verloopt langzaam en zeker als je niets onderneemt.

Ook kun je dynamische vertrouwensruimte kopen door vreemdgeld zoals euro's in te wisselen voor vrijgeld. Dat vreemdgeld dient min of meer als onderpand en maakt bovendien de gemeenschap koopkrachtiger in de buitenwereld. Met een leuke lokaalkracht is dit zelfs voordeliger voor je en kan je snel aan de slag binnen de gemeenschap. Ideaal als je net verhuisd bent. Internationaal geaccepteerde munten zoals de yen, euro en dollar liggen voor de hand als vreemdgeld, maar je kan net zo goed een andere vreemde munt hiervoor gebruiken als jouw gemeenschap daar handel mee drijft.

lokaalkracht Het kortingspercentage, van bijvoorbeeld 5%, waarmee lokale munten kunnen worden aangeschaft die dezelfde koopkracht hebben zodat de lokale munt letterlijk aantrekkelijker is dan de niet-lokale munt, en eenmaal aangeschaft, het aantrekkelijker is om ze niet meer om te zetten naar de niet-lokale munt. Hierdoor krijgen lokale geldstromen voorkeur boven niet-lokale.
slaafgeldsysteem Geldsysteem gebaseerd op een schaarste aan fiat-geld met een positieve samengestelde rente op openstaande bedragen waardoor de mens slaaf wordt van het systeem, neigt tot oppotten van geld en de geldstroom van arm naar rijk exponentieel toeneemt ten koste van de de echte economie.

Het slaafgeldsysteem voerde tot aan het begin van de 21e eeuw een aantal eeuwen de boventoon.

stemgeld Stemmen met geld of stemgeld. Met jouw stemgeld weet je dat je stem geldt. De boer en haar deelgevers maken een goed plan voor de komende 1.5 jaar en zetten daar allen op in. Dankzij stroomgeld trekken de beste plannen het meeste geld. En nog steeds kan je ook aan risicospreiding doen door hetgeen jij kunt en wilt bijdragen te verdelen over een aantal verschillende plannen. Daarnaast kan de gemeenschap vooraf ook iedereen een vaste hoeveelheid stemgeld geven die ze naar eigen inzicht over de verschillende bestemmingen (plannen) verdelen, bijvoorbeeld volgens oprechte deelgeving.
stroomgeld Een kleine vergoeding voor het bezitten van geld, van bijvoorbeeld 1% elke vier weken, op openstaande bedragen, in debet of credit waardoor mensen de neiging krijgen het sneller uit te geven wanneer in credit. Deze vergoeding stroomt in een of meer lokale fondsen ten bate de gemeenschap als geheel.

Optioneel kan eenzelfde vergoeding betaald worden voor debet waardoor mensen de neiging krijgen dit sneller weer aan te zuiveren tot een creditpositie, hetgeen vergemakkelijkt wordt doordat anderen het graag uit willen geven.

Een ‘geneste’ vorm van stroomgeld kan een zelforganiserende financiering vormen voor zaken die we als individu niet, maar als collectief wel kunnen realiseren, net zoals belastingen en verzekeringen dat doen.

Met ‘genest’ wordt bedoeld: stroomgeld op buurtniveau dat in een buurtfonds stroomt, en op haar beurt weer in een wijkfonds, stadsdeelfonds, stadsfons, gemeentefonds, proviciefonds, en een nationaalfonds stroomt.

stroomgelddrempel De drempel waarboven stroomgeld actief is. De stroomgelddrempel kan nul zijn. Ook kan je voor je bijGEdragen en bij TE dragen hoeveelheid verschillende stroomgelddrempels hebben. Daarnaast kan je voor verschillende dynamische vertrouwensruimtes verschillende percentages hanteren voor stroomgeld. Kom je boven een bepaalde stroomgelddrempel, dan kan je rekenen op hulp van derden die je weer in balans brengen. Lukt dat niet, dan kan je je dynamische vertrouwensruimte vergroten door vreemd geld ( euro's bijvoorbeeld) te wisselen voor vrijgeld. De lokaalkracht maakt dit zelfs aantrekkelijker voor je.
vrijgeldsysteem, vrijgeld Gelddysteem gebaseerd op wederzijds krediet waarbij geld, op basis van een onderhandelde ruilvoet, ontstaat op het moment van de transactie waardoor er altijd precies voldoende geld is. Eventueel aangevuld met stroomgeld dat het stromen van geld aanspoort. Ook bekend als vrijgeld.

Vragen en antwoorden

Persoonlijke visie

  1. Wat is uw verhaal en hoe kijkt u tegen de zaken aan?
  2. Waar ziet u de grootste kansen voor een snelle en doeltreffende omarming van een vrijgeldsysteem?

Systemisch

  1. Kunnen we volstaan met uitsluitend een vrijgeldsysteem, dus zonder ook een ‘slaafgeldsysteem’ nodig te hebben?
  2. Waarom leidt stroomgeld niet tot een oververhitte economie en bedrijvigheid? Is er een gevaar dat turbogeld (of een (te) hoge demurrage) dat hiepergroei veroorzaakt en daarmee het systeem ontwricht?
  3. vrijgeld leidt tot extra economische activiteit. Gaat dat niet ten koste van onze natuurlijke omgeving en ons milieu?
    Integendeel. vrijgeld geeft een extra impuls aan het verantwoord omgaan met het milieu doordat je eerder overweegt iets te herstellen dan aan de productie van een spiksplinternieuw exemplaar. vrijgeld verlegt impliciet de aandacht naar de lange termijn. Er wordt minder weggegooid, vaker hersteld, met een betere kwaliteit en duurzaamheid geleverd. Door vrijgeld wordt je je bewuster van je consumptiepatroon en let je meer op de duurzaamheid van producten. vrijgeld vergroot de belangstelling voor hergebruik, milieuvriendelijke diensten en andere milieusparende zaken. Door het lokale karakter van vrijgeld neemt ook de noodzaak voor lange-afstand transporten en dure verpakking af. Kortom, hoe meer vrijgeldsystemen, hoe beter ons milieu. Trek met lokaalkracht niet-lokaal geld zoals euro's naar je toe en voorkom zo dat die euro's niet terugvloeien naar aandeelhouders en geldschieters en daarmee niet verplicht geïnvesteerd worden in nieuwe productiemiddelen, nieuwe producten en verdere groei ten koste van schaarse hulpbronnen en grondstoffen. Vrijgeld vermindert de vermogensconcentratie van waaruit de groei gevoed wordt.[2]
  4. Als stroomgeld ook toegepast wordt op je tekort—je betaalt rente op je debet—krijg je dan meer neiging om je debet sneller in te lossen door bij TE dragen aan de gemeenschap?
    stroomgeld op je debet kan wel een extra stimulans om je richting de nul te bewegen. vraag om hulp als er echte redenen zijn waardoor je daartoe niet in staat bent zodat de het juiste fonds daarop aangesproken kan worden.
  5. Waarom blijven LETSsystemen toch zo kleinschalig? Het lijkt wel of ze nooit een kritische massa verkrijgen.

Vertrouwen

  1. Geld gaat over vertrouwen. Hoe zorg je ervoor dat dit gegarandeerd is?
  2. In een slaafgeldsysteem is het saldo (en een eventuele kredietlimiet) hét criterium om iemand een product of dienst te leveren. Bij ontoereikend saldo wordt de verkoop eenvoudig geweigerd. Wat is hét criterium hiervoor bij een vrijgeldsysteem?
    In het begin, als het zakelijk groeind voordeel van de twijfel nog heel klein is, kan je afspreken dat de kredietlimiet van deelgever (voor een bepaald gedeelte) gedekt moet zijn door de nationale munt. Naarmate het groeind voordeel van de twijfel groter wordt, kan de kredietlimiet ook hoger gelegd worden en op termijn mogelijk zelfs opgeheven worden. Als het groeind voordeel van de twijfel automatisch vastgesteld kan worden, dan kan je de kredietlimiet daaraan koppelen, eventueel middels een staffel.
  3. Hoe bepaal je in een vrijgeldsysteem de kredietlimiet (bij te dragen)? Anders gezegd, hoe bepaal je tot welk bedrag je iemand het voordeel van de twijfel kan geven, met name als het gaat om kapitale uitgaven zoals het kopen van een huis.
  4. Hoe kan je in een vrijgeldsysteem jaren later nog aan iemand's transactiehistorie zien wat ze bijgedragen hebben aan de gemeenschap zodat de gemeenschap met een gerust hart en het volste vertrouwen alles kan geven wat ze nodig hebben voor een goed leven?
  5. Hoe wordt sabotage in een vrijgeldsysteem voorkomen? Bijvoorbeeld een groep malafide mensen die afspreken onderling ‘gezond‘ transactiegedrag te vertonen ten einde betrouwbaarheid te veinzen voor anderen?
  6. Hoe voorkomt vrijgeld oplichting door mensen die zich als parasiet of proletariër gedragen?
    Hoe dekt een vrijgeldsysteem zich in tegen mensen die de boel oplichten, die zich ver in het rood steken en daarna het systeem de rug toekeren. In de praktijk gebeurt dit zelden. Daarvoor bestaat een aantal redenen. Een eerste waarborg is de sociale verantwoordelijkheid van de verkoper. Die weet aan wie hij verkoopt en heeft meestal het beste inzicht in de betrouwbaarheid van de koper. Om dat inzicht te ondersteunen, worden in vrijgeldystemen saldi en omzet van de leden gepubliceerd, zodat iedereen kan zien wie te ver in het rood, of in het groen komt te staan. Leden die te veel uit het systeem genomen hebben en te weinig geleverd, zijn dus bekend. Het gevolg is dat zij vaker benaderd zullen worden om iets te doen. Tegelijk zullen mensen voorzichtiger worden met hun diensten of goederen aan zo iemand te verkopen.
    Natuurlijk kun je dan nog met een sterk negatief saldo uit het systeem stappen. Maar vrijgeldystemen vormen meestal ook een sociaal verband. Ze bestaan vaak uit verschillende aan elkaar geknoopte vriendengroepen. Als je dan de boel belazert, zet je jezelf niet alleen uit het systeem, maar ook uit je eigen sociale omgeving. Gaandeweg leert men elkaar meestal wel kennen en vertrouwen—het groeiend voordeel van de twijfel. Dan wordt het acceptabel als sommigen verder in het rood gaan. In de meeste gevallen komt dat wel weer goed, zeker bij mensen die veel doen voor de gemeenschap. In sommige systemen stelt de administratie als extra slot op de deur kredietlimieten vast. Wie meer in het rood wil, moet toestemming vragen.
    Tenslotte is vaak in de lidmaatschapsovereenkomst vastgelegd dat wanneer iemand met een forse schuld in het systeem wil verlaten, die schuld in euro's opeisbaar is. Met andere woorden: je zult eerst zelf dingen moeten gaan doen of anders je schuld in euro's betalen, voordat je uit het systeem kunt stappen.[3]
  7. Gaat het oprekken van de handelsbreedte door extra handelen en het groeiend voordeel van de twijfel symmetrisch voor zowel bijgedragen (credit) als bij te dragen (debet)?

Dashboard

  1. Wat zijn de kritische meetfactoren van een vrijgeldsysteem? Anders gezegd, waaraan herken je een gezond of ongezond vrijgeldsysteem?
  2. Aan welke symptomen en trends kan je zien dat een vrijgeldsysteem naar een ongezonde toestand neigt?
  3. Wat zijn de primaire variabelen waarmee een vrijgeldsysteem geprikkeld kan worden?

Belastingen, verzekeringen, ecotax en basisinkomen

  1. In hoeverre kan stroomgeld het belastingstelsel vervangen?
  2. In hoeverre kan stroomgeld het verzekeringstelsel vervangen?
  3. Waarom maakt een vrijgeldsysteem zaken zoals ecotax en het basisinkomen niet overbodig?

Sparen en rente

  1. Wat is de zin van sparen in een vrijgeldsysteem?
  2. Rente op je spaartegoed: goed of slecht en waarom? Sommigen zeggen: “Daarom zet ik mijn geld tegen rente op de bank. Dan kan de bank er anderen een plezier mee doen en kan het stromen, terwijl ik er niet naar om hoef te kijken en toch beloond wordt voor mijn lening aan de bank (en daarmee aan anderen)). Tegelijkertijd zorgt rente voor de pomp van arm naar rijk. Wat is de juiste repliek hierop?

Psychologisch en emotioneel

  1. Hoe lossen we in het systeem van vrijgeld de negatieve perceptie rondom ‘rood staan’ op?
  2. Wat doe ik met mijn euro's die ik overhoud doordat ik met vrijgeld minder kwijt ben voor het zelfde?
    Doe je voordeel met de lokaalkracht en zet die euro's om in vrijgeld en ga wat vaker lekker uit eten bij een restaurant dat vrijgeld accepteert. Ga minder werken nu je toch minder nodig hebt en laat je eens verwennen in een lokaal wellness centrum. Ga wat vaker naar lokale festivals en culturele evenementen. Koop dat schilderij van die vrouw bij de brug dat je al zo lang wilt hebben. Ga lekker op vakantie. Ga toch fietsen.[4]

Technisch

  1. Wat zijn de voor- en nadelen van fiatgeld voor lokale munt?
  2. Wat zijn de voor- en nadelen van 'papiergeld'?
  3. Hoe kan je werken met minimum aan administratie?
  4. Hoe denkt u over de relatie tijdgeld/koopgeld?

Marktwerking, inflatie en deflatie

  1. Regelt de onderhandelde ruiltvoet zichzelf? Anders gezegd, ontstaan door het marktmechanisme vanzelf de juiste, billijke prijzen voor producten en diensten? Onstaan er geen uitwassen?
  2. Hoe worden kartelvorming en prijsafspraken voorkomen in een vrijgeldsysteem?

Machtsverschuiving en politiek

  1. Hoe snel zal overheid reageren als er een systeem succesvol wordt? Denkend aan belastingen, zwartwerk enz.
  2. Wat zijn de grootste krachten die mee en tegen gaan werken?
  3. Wat is de beste strategie om de tegenwerkende krachten om te keren naar een meewerkende?
  4. Hoe groot schat u de kans in dat er weer een ‘Hitler’ opstaat die misbruik maakt van de situatie?
  5. Wat is uw mening over de verschillende complottheorieën die de ronde doen?
  6. Hoe kunnen we de rijken rijker maken terwijl we de armen rijken maken?
  7. Hoe kunnen we een ‘blauwe oceaan’ creëren voor vrijgeld?
  8. Hoe ziet het huidige speelveld (markt, politiek, economie, etc.) er systemisch uit en waar zitten de hefboompunten voor ons?

Voorlichting, educatie en communicatie

  1. Hoe kunnen we de verscheidene boeken over dit onderwerp als wikiboek beschikbaar maken?
  2. Hoe ziet een mogelijke communicatiestrategie er uit?

Invoering: strategie, tactiek, operatie en financiering

  1. Welke fases zijn er gedurende de introductie van een systeem voor vrijgeld te identificeren, en welke specifieke, concrete focus is er bij elk van die fases?
  2. Wat en wie is er in elke fase nodig hij nodig om met succes te doorlopen?
  3. Wat zijn volgens u de kritische voorwaarden om een project op te zetten? Hoe pakt u het aan?
  4. Hoe pak je het aan om het opzetten van vrijgeld zo goed mogelijk in de vingers te krijgen?
  5. Hoe zijn uw ervaringen met het op gedifferentieerde wijze benaderen van de doelgroepen in het op te zetten ecosysteem?
  6. Op welke manier kunnen we onze inspanningen het beste gefinancierd krijgen?
  7. Welke gemeenschapsdoelen kiezen voor Slotervaart, Gent, andere?
  8. Welke soort gemeenschapscultuur is stimulerend, dan wel beperkend voor het opstarten van een systeem?
  9. Welke voorbeelden van succesvolle 'start-up' teams kunt u geven?
  10. Is een klassieke bank betrekken noodzakelijk, behulpzaam?
  11. Is een coöperatiebank opstarten noodzakelijk, behulpzaam?
  12. Waar is Thomas Greco's zorgvuldige geselecteerd mandje van basiskoopwaar op dit moment in de praktijk?
  13. Welke tegenwaarde kies je voor het geld dat je in omloop brengt en waarom?
  14. Welke voorbeelden van (klassen van) onderhandelde ruilvoeten zijn op dit moment in praktijk?

Software voor digitale grale systemen en simulaties

  1. Wat zijn de meestbelovende ontwikkelingen van softwaresystemen die een potentieel virale verspreiding van vrijgeld katalyseren?
  2. Naast een digitaal giraal systeem lijkt het digitaal makelen van (lokale) vraag en aanbod cruciaal voor het katalyseren van een bloeiende lokale economie. Welke (open source) systemen bieden deze combinatie; zeg maar Cyclos plus Ebay.
  3. Welke laagdrempelige systeemsimulaties zijn er die de effecten van verschillende geldsystemen in enkele minuten voor leken zonneklaar maken?

Wat kunnen we samen meer dan ieder apart?

  1. Hoe kunnen we ons het beste wereldwijd verenigen in een aantal ecosofische beginselen waarmee we een kritische massa aanwakkeren en momentum genereren?
  2. Er zijn zoveel gefragmenteerde initiatieven en projecten die elkaar lijken te beconcurreren (Ecova, Gelre, 80+ LETSkringen, etc). Vragen die daarbij opkomen zijn:
    1. Kunnen we ons die (schijnbare?) concurrentie op dit moment veroorloven?
    2. Anders gezegd, hoe kunnen we het gemeenschappelijke van die vele initiatieven bundelen, waardoor elk afzonderlijk iniitatief juist een extra impuls krijgt zodat het momentum van het geheel door de knik van de S-curve schiet?
    3. Nog anders gezegd: Welke (gemeenschappelijke) voedingsbodem katalyseert jouw project?
    4. Hoe kunnen andere initiatieven met een vergelijkbaar thema jou helpen? Wat heb je van ze nodig?
  3. Hoe borgen we dat innovaties op dit gebied beschikbaar komen voor de meent (‘commons’) en niet door mechanismes van intellectuele eigendom, octrooien en patenten gemonopoliseerd worden en daardoor aan de gemeenschap onthouden? Denk aan ‘creative commons’, ‘open source’, etc.
  4. Hoe kunnen wij nu meteen helpen? Wat dient er gedaan te worden? Wat kunnen we het beste doen?
  5. Hoe kunnen onze wegen het beste bij de uwe aansluiten?

De Verzoeking

  1. Kunnen wij je uitnodigen voor in onze raad der wijzen?
  2. Hoe ziet hij het project van de overheid (relatie B2B en lokaalproject)?
  3. Wat is uw idee over Gaiauniversity?
  4. Onder welke termen en condities wilt u een bijdrage leveren in de vorm van een spreekbeurt en/of gesprek tijdens een conferentie in de Benelux?
    1. Welke andere sprekers wilt u daar bij voorkeur ook voor uitnodigen (of juist niet)?
    2. Welk publiek bij voorkeur?

De volgende stap

  1. Welke volgende stappen kunnen we nu meteen samen ondernemen?