Werkgemeenschap

Uit Pareltaal
Ga naar: navigatie, zoeken
Werkgemeenschap-kopbeeld.jpg


…volgens gespreid werk is werk volkomen gedecentraliseerd en in vervlochten binne en buiten huiselijke gebieden. Het effect van gespreid werk—kan stukje-bij-beetje vergrtoen, door individuele werkgemeenschappen te bouwen, één voor één in de grensgebieden tussen buurten; deze werkgemeenschappen zullen dan helpen de grenzen te vormen—grenzen tussen subculturen, grens van de buurt—en bovenal in de grensgebieden helpen ze met het vormen van knooppunten van activiteiten.

✣  ✣  ✣

Als iemand acht uur van zijn dag op zijn werk doorbrengt en acht uur thuis, dan moet de werkplek eigenlijk net zo'n gemeenschap zijn als iemands thuis.

De meeste mensen in onze cultuur geloven dat ze minder ‘leven’ op het werk dan thuis. Thuis is de plaats waar het ‘echte leven’ zich afspeelt, op het werk leef je minder, er wordt niet gezongen, er is geen plezier, je zwoegt maar door en je bent er een beetje dood.

Zodra men dat inziet leidt het onmiddellijk tot woede. Waarom zouden we een wereld accepteren waarin we acht uur van de dag ‘dood’ zijn, waarom zouden we geen wereld scheppen waarin ons werk net zozeer deel van het leven uitmaakt, evenzeer leeft, als wat we thuis met ons gezin of met onze vrienden doen?

Dit probleem wordt in andere parels besproken: gespreid werk en werkplaatsen en kantoren onder zelfbestuur. Hier richten we ons op de implicaties die dit probleem heeft voor de fysieke en sociale aard van het gebied waarin een werkplek staat. Om ervoor te zorgen dat iemand die ergens acht uur per dag werkt daar ook leeft en er niet alleen geld verdient, moet het gebied onmiddellijk rond zijn werkplek een gemeenschap zijn, net als een buurt, maar dan gericht op het tempo en het ritme van het werk in plaats van op het ritme van het gezin.

Voor het functioneren van werkplekken als gemeenschappen zijn vijf relaties uiterst belangrijk:

  1. De werkplekken moeten niet te verspreid maar ook niet te dicht opeen gepakt zijn, ze moeten samenklonteren in groepen van ongeveer 15.
    We weten uit gespreid werk dat werkplekken gedecentraliseerd moeten zijn, maar niet zo sterk dat ze van elkaar geïsoleerd raken. Aan de andere kant moeten ze niet zo dicht op elkaar staan dat ze verloren gaan in een zee van soortgenoten. De werkplekken moeten daarom zo gegroepeerd worden dat ze goed identificeerbare gemeenschappen vormen. Deze gemeenschappen moeten zo klein zijn dat de meeste mensen die er werken elkaar tenminste van gezicht kennen maar groot genoeg om voldoende voorzieningen aan de werkers te bieden: snackbars, sportgelegenheid, winkels, enzovoorts. We schatten dat de juiste maat zo’n 8 tot 20 vestigingen is.
  2. De gemeenschap op de werkplek bevat een mengsel van werkers met de handen, werkers op kantoor, vaklieden, verkopers, enzovoorts.
    De meeste mensen werken vandaag de dag in omgevingen die gespecialiseerd zijn: ziekenhuizen, garages, reclamebureaus, groothandels. Dit soort segregatie leidt tot isolatie van andere soorten werk en andere soorten mensen, wat op zijn beurt weer leidt tot minder aandacht, respect en begrip voor die anderen. Wij geloven dat een wereld waarin mensen sociaal verantwoordelijk zijn alleen kan ontstaan als elke baan een intrinsieke waarde heeft en aan elk werk waardigheid verbonden is. Dit is nauwelijks te verwachten als we gescheiden blijven van mensen die ander werk doen dan het werk dat wijzelf doen.
  3. Er is een gezamenlijk stuk land binnen de werkgemeenschap dat de individuele werkplaatsen en kantoren samenbindt.
    Een gemeenschappelijke straat doet maar weinig om individuele huizen en plaatsen samen te binden, een samen gedeeld stuk land doet heel wat meer. Als de werkplekken gegroepeerd zijn rond een gezamenlijke binnenplaats waar de mensen kunnen zitten, volleybal kunnen spelen en hun lunch kunnen gebruiken, dan zal dat helpen in het contact en de gemeenschappelijkheid met de anderen.
  4. De werkgemeenschap is verweven met de grotere gemeenschap waarin ze zich bevindt.
    Een werkgemeenschap kan, ofschoon ze zelf ook een kerngemeenschap vormt, niet goed werken in volledige isolatie van de omringende gemeenschap. Dit is tot op zekere hoogte al besproken in gespreid werk en mannen en vrouwen. Bovendien kunnen zowel de werk- als de woongemeenschap erbij winnen door voorzieningen en diensten als restaurants, cafés en bibliotheken te delen. Daarom is het zinvol als de werkgemeenschap zich opent naar de grotere gemeenschap met winkels en cafés in de naad tussen hen beiden.
  5. Tenslotte is het noodzakelijk dat het gezamenlijke land, of de binnenplaatsen, op twee duidelijk onderscheiden niveaus bestaan.
    Aan de ene kant hebben de binnenhoven voor gemeenschappelijke tafeltennis en volleybal hoogstens een vijftal werkgroepen om zich heen nodig, als er meer zijn dan verzuipen ze. Aan de andere kant hebben de broodjeswinkels, de wasserettes en de kappers meer dan 20 tot 30 groepen nodig om te overleven. Dat is de reden waarom de werkgemeenschap twee niveaus van groepering moet hebben.

Daarom:

Bouw of moedig de vorming van werkgemeenschappen aan: elk van hen een verzameling kleinere groepen werkplekken met eigen binnenplaatsen, verzameld rond een groter gemeenschappelijk plein dat winkels en broodjeswinkels bevat. De totale werkgemeenschap moet niet meer dan 10 tot 20 bedrijven omvatten.

Werkgemeenschap-publiek-plein.jpg

✣  ✣  ✣

Maak het plein in het hart van de gemeenschap een openbaar plein met openbare paden die er overheen lopen: kleine pleintjes; schep op dit plein, of op een aangrenzend stuk, de mogelijkheid tot sporten: sportveldjes; zorg ervoor dat de hele gemeenschap hoogstens drie minuten lopen van parkjes binnen loopafstand af ligt; ontwerp de individuele, kleinere binnenhoven op zo'n manier dat mensen daar van nature samenkomen: binnenplaatsen die leven; hou de werkplekken klein: werkplaatsen en kantoren onder zelfbestuur; moedig gemeenschappelijk koken en eten aan in en naast de broodjeswinkels: café met terras, kraampjes met etenswaren, gezamelijk eten


✣  ✣  ✣


Bron: work community (41) uit Een patroontaal, pagina 122. Web: A Pattern Language » Work Community