Stuivertje wisselen

Uit Pareltaal
Ga naar: navigatie, zoeken


…een pril agile team

✣  ✣  ✣

Je wilt een schatkamer van ideeën voor acties of aanbevelingen rondom een bepaald onderwerp genereren waarbij iedereen aan bod komt—op basis van gelijkwaardigheid dus. Zo ontdek je belangrijke onderwerpen over de projectgeschiedenis.

stuivertje wisselen geeft zowel de veelsprekers als de stillen de tijd en gelegenheid om zowel stil na te denken als deel te nemen in een proces dat het begrip voor het gehele team ontwikkeld.

Het voorkomt ook dat de weinigen die zich comfortabel voelen om in groepsverband te spreken het gesprek domineren. Met stuivertje wisselen krijgt iedereen de gelegenheid om gelijkwaardig bij te dragen aan de ontwikkeling van ideeën en gegevens. Het hele proces spoort zelfs de meest terughoudende deelnemers aan bij te dragen en iets te zeggen over wat ze hebben geschreven of gelezen.

Daarom:

Laat iedereen in stilte tenminste vijf ideeën opschrijven en schuif het blad dan door naar de volgende.

✣  ✣  ✣



✣  ✣  ✣



Wat heb je nodig:

  • Tijd: 30 tot 60 minuten afhankelijk van de grootte van de groep.
  • Materiaal:
    • Papier.
    • Pen of potlood.
    • Behangerstape.

Bepaal vooraf het onderwerp, bijvoorbeeld de projectgeschiedenis, de afgelopen ontwikkelepisode of de laatste drie sprints.

  1. Zet stuivertje wisselen op door te zeggen, “Met stuivertje wisselen is ons doel om zoveel mogelijk ideeën als mogelijk te genereren over onderwerp.”
  2. Bij meer dan zeven deelnemers: “Maak kleinere groepen van maximaal vijf personen per groep.”
  3. Geef iedereen een vel papier en pen en zeg,
    • “Vriendelijk verzoek aan iedereen om leesbaar en duidelijk te schrijven zodat iedereen jouw ideeën kan lezen.”
    • “Gelieve je naam op het vel papier te zetten.”
    • “Je krijgt telkens vijf minuten om ideeën gerelateerd aan het onderwerp op te schrijven. Mik op tenminste vijf nieuwe ideeën.”
    • “Na vijf minuten hoor je de bel en dan schuif je jouw vel met ideeën door naar de persoon rechts van je.”
    • “Lees de ideeën rustig door en laat je erdoor inspireren of borduur er op voort. Voeg details toe of voeg nieuwe, relevante zaken toe.”
    • Bij meer dan zeven deelnemers, “Stop zodra je jouw eigen vel met ideeën weer in bezit hebt.”, en anders, “Schuif het vel papier vijf keer door.”
    • “Dankjewel. Nu hoor ik graag van iedereen om de beurt de ideeën op jouw vel.”
  4. Vraag na afloop bijvoorbeeld:
    • “Wat viel je op tijdens het opschrijven van de ideeën?”
    • “Wat verraste je?”
    • “Wat voldeed aan je verwachtingen en hoe?”
    • “Wat mist er nog aan deze lijsten met ideeën?”
    • “Welke ideeën en onderwerpen dienen we nog verder te onderzoeken?”
    • “Welke vijf zaken vallen je het meest op in wat je gelezen hebt?”
    • “Welke vijf gebeurtenissen maakten de heftigste reacties los?”
    • “Wat zijn de vijf meest in het oog springende gebeurtenissen?”
  5. Verwerk aansluitend de ideeën met Stuivertje wisselen, Stuivertje wisselen en Stuivertje wisselen.

Na afloop kan je iedereen vragen de vellen op flipkaarten te plakken met de titel “Iteratiegeschiedenis”.